Stage zonder vergoeding? Dat kan echt niet meer! 

Esra Ruesink

Iedere keer als het over stagevergoeding gaat, hoor je hetzelfde argument: een stage is om te leren, niet om geld te verdienen. Toch wringt daar iets. Want terwijl studenten fulltime meedraaien op de werkvloer, blijven de kosten gewoon doorlopen. Boodschappen worden duurder, huurprijzen stijgen en studeren is allang geen goedkope investering meer (CBS,2023). Voor veel studenten betekent een onbetaalbare stage simpelweg stress, bijlenen of nóg een bijbaan erbij. En dat voelt niet eerlijk.

Voor opleidingen zoals Social work is stage geen extraatje, maar een verplicht onderdeel van de opleiding. Zonder stage geen diploma. Studenten werken soms bijna een heel schooljaar lang mee binnen een organisatie, leren omgaan met cliënten, nemen verantwoordelijkheden over en draaien mee als onderdeel van het team. Toch krijgen veel stagiaires hier niets voor terug. Geen vergoeding, geen reiskosten en soms niet eens erkenning. In mijn ogen is het tijd om daar eens kritisch naar te gaan kijken

Stage is geen leerervaring, maar onbetaalde arbeid

Tijdens mijn stage bij De Mettemaat word ik niet altijd als volwaardig medewerker ingezet, maar dat is zeker niet overal zo. Op eerdere stageplekken viel ik volledig in wanneer mijn stagebegeleider afwezig was. Toen ik in de vorige stage de taken van mijn begeleider overnam, zei hij zelfs: “Zonder jou had ik het deze week niet gered”. Ik had dezelfde verantwoordelijkheden als een vaste medewerker, maar zonder salaris. Vaak kreeg ik dan te horen “Ja, als je hbo deed, dan kreeg je het wel”, maar niks bleek minder waar, want ook op het hbo is een vergoeding niet vanzelfsprekend.

En het kost veel tijd, in mijn geval gaat het om 450 uur in één schooljaar. Dat zijn dagen waarin je niet kunt werken bij je bijbaan. Na een stagedag tot 17:00 uur is mijn energie vaak op. Zeker omdat het werken met een bepaalde doelgroep veel van je vraagt. Toch lopen vaste lasten gewoon door, en ja, het leven is duur. Hoe wordt er dan verwacht dat studenten dit zelf oplossen zonder vergoeding of reiskosten?

Een stage is bedoeld om te leren, niet om uitgebuit te worden. Toch draait het voor veel studenten, vooral in de zorg, het onderwijs en de cultuur, uit op gratis werk leveren voor organisaties die zonder hen nauwelijks kunnen draaien (ISO, 2022). Wie zich geen onbetaalde stage kan veroorloven, valt buiten de boot, en dat zorgt voor ongelijkheid (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2024).

Financiële druk en de opleidingsplicht

Voor mij persoonlijk betekent stage dat ik twee dagen per week op en neer reis met de auto naar Hengelo, wat 30 minuten heen en 30 minuten terug is, zonder reiskostenvergoeding. Omdat ik de stage niet met het OV kan bereiken, betaal ik alles zelf. Ik kan door stage 2 dagen minder werken. Aan het eind van de maand merk ik dat direct in mijn portemonnee.

Mensen zeggen vaak dat stage een investering is in de toekomst. Dat klopt misschien, maar de rekeningen moeten wel nú betaald worden. Een kleine stagevergoeding zou een groot verschil maken. Het is een blijk van waardering voor onze inzet en een erkenning voor ons werk. Niet als luxe, maar als basis om het vol te kunnen houden.

Door een gebrek aan inkomen wordt een student al bijna gedwongen om te gaan lenen. Dit zadelt sommige studenten op met een studieschuld en dat is onnodig. Volgens het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO, 2022) zorgen onbetaalde stages voor stress en schulden onder jongeren.

Cao’s: de rechten die studenten niet kennen

Veel organisaties en studenten zijn het erover eens dat een stagevergoeding zorgt voor meer gelijkheid en waardering. Mijn praktijkbegeleider gaf laatst zelf aan dat sommige studenten afhaken als ze horen dat ze geen stagevergoeding krijgen. Niet omdat ze geen motivatie hebben, maar omdat ze het simpelweg financieel niet meer kunnen veroorloven.

Een cruciaal punt is dat de vergoeding voor een groot deel van de stages al is vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s). Veel studenten, zeker op het HBO, zijn zich er echter niet van bewust dat hun stage onder een cao kan vallen, waardoor ze hun rechten niet opeisen. Hierdoor kunnen organisaties, al dan niet bewust, weigeren om een vergoeding te betalen, terwijl deze wettelijk of contractueel al is bepaald.

Tegelijkertijd geven vooral de kleinere organisaties aan dat een stagevergoeding niet altijd te realiseren is. Dat kan begrijpelijk zijn, maar het mag geen reden zijn om studenten helemaal niets te bieden. Zeker niet wanneer er subsidies en regelingen bestaan die organisaties kunnen ondersteunen (Rijksoverheid, 2024). Bovendien leveren stagiaires vaak juist iets op: Extra handen, nieuwe ideeën en soms zelfs financiële voordelen via subsidies. Dan voelt het al helemaal krom dat wij niets terugkrijgen.

Alternatieven zoals een kerstpakket of een certificaat zijn aardig bedoeld, maar daar betaal je geen huur van. Wat studenten nodig hebben, is een concrete vergoeding om te kunnen rondkomen.

Waarom dit botst met onze beroepscode

Sociaal werk draait om gelijkheid, rechtvaardigheid en waardigheid. Dit zijn de basisprincipes die wij als toekomstig professionals moeten uitdragen. Deze waarden zijn vastgelegd in de beroepscode voor professionals in sociaal werk (Beroepscode Sociaal Werk, 2022).

Maar hoe gelijk is het systeem als alleen studenten met financiële steun of spaargeld een onbetaalde stage kunnen volhouden? Zoals Van der Steen (2020) benadrukt, draait sociaal werk om empowerment en gelijke kansen voor iedereen. Wanneer studenten door gebrek aan stagevergoeding buitenspel worden gezet, neemt het sociaal werk de verkeerde positie in. Studenten financieel in de knel brengen werkt dat alleen maar tegen.

De professionele discussie

Volgens het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO, 2022) zorgen onbetaalde stages voor stress en schulden onder studenten. Organisaties zijn bang voor extra kosten, maar met een minimumvergoeding en subsidies kan dit eerlijker worden verdeeld. Zo worden studenten ondersteund zonder dat organisaties evenredig worden belast.

Mijn concrete standpunt

Stages zijn bedoeld om te leren, maar dan moet het wel eerlijk zijn. Een onbetaalde stage sluit studenten uit, zorgt voor financiële druk en botst met de kernwaarden van het sociaal werk. Daarom vind ik dat stagevergoeding verplicht moet worden. Een eerlijke en realistische vergoeding zou wat mij betreft minimaal € 400 tot € 500 per maand moeten zijn bij een fulltime stage. Dit bedrag is geen salaris, maar helpt studenten wel om nodige kosten zoals vervoer en levensonderhoud te betalen. Voor organisaties is dit, zeker met subsidies, vaak haalbaar. Voor studenten betekend het rust, waardering en gelijke kansen Een stage is geen gratis werk. Het is een leerplek die erkenning verdient.

Mijn rol in het beïnvloeden van welzijn

Met dit opiniestuk wil ik niet alleen mijn eigen situatie onder de aandacht brengen, maar ook een bredere discussie openen. Stagevergoeding gaat niet alleen over geld, maar over hoe we studenten zien en behandelen. Zien we stagiaires als goedkope arbeidskrachten, of als toekomstige professionals die we serieus nemen?

Door stagevergoeding verplicht te stellen, investeert het werkveld in de volgende generatie sociaal werkers. Studenten die minder financiële stress ervaren, hebben meer ruimte om te leren, te reflecteren en zich professioneel te ontwikkelen. Dat komt uiteindelijk niet alleen de student ten goede, maar ook de organisatie en de cliënten met wie wordt gewerkt.

Mijn rol in het beïnvloeden van hun welzijn: Door deze ongelijkheid nu aan te kaarten, zorg ik ervoor dat toekomstige cliënten de beste en meest gefocuste zorg krijgen. Als samenleving verwachten we dat sociaal werkers zich inzetten voor kwetsbare doelgroepen en sociale rechtvaardigheid. Dan mogen we diezelfde rechtvaardigheid ook verwachten in de manier waarop we met stagiaires omgaan. Een eerlijke stagevergoeding is daarin geen extraatje, maar een logische en noodzakelijke stap.

Esra Ruesink is tweedejaars student en werkzaam als stagiair bij een zorgboerderij.

Literatuurlijst

  • Centraal Bureau voor de Statistiek. (2025, oktober 31). Inflatie in oktober 3,1 procent bij snelle raming. Centraal Bureau Voor de Statistiek. Geraadpleegd op 9 november 2025 van, https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/44/inflatie-in-oktober-3-1-procent-bij-snelle-raming
  • Jens, B., BPSW, Steenmeijer, J., & Bruins, J. W. (2021). Beroepscode voor professionals in sociaal werk. In Beroepscode voor professionals in sociaal werk. Geraadpleegd op 7 november 2025 van https://bpsw.nl/app/uploads/BPSW-Beroepscode-2021.pdf
  • Van der Steen, M. (2020). Empowerment in het sociaal werk. Coutinho.